Komt het heil uit Rome?

Printervriendelijke versieSend by email

Een tijdje geleden was ik in Rome. Al wandelend viel me iets bijzonders op. We kennen allemaal het Vaticaan, de grote basiliek van Petrus in Rome. Petrus die als sleuteldrager van de kerk wordt gezien. In de kerkgeschiedenis heeft de Rooms Katholieke kerk graag die sleutelpositie willen innemen binnen het christendom en heeft zich de sleutels van Petrus toegeëigend. De vraag daarbij is of het heil ook uit Rome komt Laten we eens naar de Bijbel kijken voor het antwoord.

In Handelingen 15 lezen we over de eerste kerkelijke vergadering, het eerste concilie, het bekende Apostelconvent in Jeruzalem. Daar stond l de vraag centraal wat men moest doen met die heidenen die tot geloof kwamen. Moesten zij zich ook aan de Wet van Mozes houden of niet? We lezen dat eerst Petrus verslag doet en daarna Paulus. Beide hebben een goed getuigenis dat het Evangelie verder gaat vanuit Jeruzalem de wereld in. Tot slot spreekt het hoofd van de gemeente te Jeruzalem, de eerste gemeente, en wel de halfbroer van Jezus, Jacobus. Hij wordt geacht het laatste woord in dezen te spreken. Bijzonder is hoe hij beide apostelen, Petrus en Paulus op hun waarde schat en dan tot de conclusie komt dat men de heidenen die tot geloof komen niet lastig moet vallen met de last van de Wet van Mozes, die zijzelf ook al moeilijk konden dragen. Hooguit dat de nieuwe gelovigen zich hebben te onthouden van wat aan de afgoden is gewijd, van bloed, van het verstikte en van hoererij.

Verder wordt in deze eerste kerkelijke vergadering duidelijk dat Petrus de apostel is voor de Joden en dat Paulus de apostel of evangelist is voor de heidenen. Duidelijke boedelscheiding zou je denken. Petrus en Paulus houden zich hieraan. Beiden erkennen blijkbaar het gezag van Jacobus, als hoofd van de moederkerk in Jeruzalem. We lezen verder in het boek Handelingen van de apostelen, dat Paulus bezig is met zijn zendingsreizen en heel Klein-Azië bezoekt en zelfs Europa met het Evangelie bereikt. Daarbij is het wel van belang dat Paulus zich houdt aan het voorschrift van Jacobus, dat hij erop toeziet dat de nieuwe gelovigen zich ontfermen over de armen van Jeruzalem. Iedere keer als Paulus een gemeente sticht dan lezen we dat hij hen uitdrukkelijk de opdracht geeft om te kollekteren voor de armen van Jeruzalem. Dat doet Paulus zowel in Antiochië, als in Galaten, Efeze en zelfs als voorschrift voor de gemeente te Rome, ook al is Paulus daar niet de stichter van. Een duidelijk principe dat de heidenen die tot geloof komen, bij de gemeente mogen horen, en ook verbonden zijn met de moederkerk in Jeruzalem en zelfs moeten zorgdragen voor de armen te Jeruzalem. Dit principe lezen we ook in Rom. 15:27, dat wij geestelijk gezegend zijn door Israël en dat wij daarom verplicht zijn om hen materieel te zegenen. Hierin zien we een afhankelijkheid en een verbondenheid met Israël.

We weten dat Paulus op het eind van zijn leven gevangen is genomen en naar Rome is verscheept. Hij is uiteindelijk gestorven in Rome. Ook Paulus heeft een basiliek die naar hem is genoemd in Rome, ver uit de binnenstad vandaan. Wanneer de Rooms Katholieke kerk zich als navolgers van Paulus had gezien, dan was de RK kerk een duidelijke zendingskerk geweest, verbonden met Jeruzalem als moederkerk en in mindere mate een machtskerk. In de voetsporen van Paulus had de RK kerk zich ingezet dat het evangelie de wereld rond zou gaan en dat de gemeenten verbonden werden met Jeruzalem en dat laten zien doordat de gemeenten mede zorgdragen voor de armen van Jeruzalem. Men had zich ervoor ingezet dat de gemeenten voorbereid werden om moeilijkheden te verdragen ter wille van het evangelie, zoals Paulus in heel zijn leven liet zien. Men had zich niet de titel Pontifex Maximus (Opperste Heerser) aangemeten en zeker geen machtskerk willen worden, veeleer alles ten dienste van het evangelie, om daarin een voorbeeld van dienstbaarheid te zijn.

Naast Paulus is ook Petrus aan het eind van zijn leven naar Rome weggevoerd en ook daar gestorven. Hij is zelfs gekruisigd, omgekeerd met zijn hoofd naar beneden. Omdat Petrus ook in Rome is gestorven, kon de RK kerk zich de sleutels van Petrus toe-eigenen en daarmee zich als leider in de christelijke kerk opwerpen.

Nu regeerden in Rome eeuwenlang de Romeinse keizers. Het Romeinse Rijk werd duidelijk bestuurd vanuit Rome en de christenen werden eeuwenlang onderdrukt, tot in 312 Constantijn de Grote het christendom tot staatsgodsdienst verhief. Dit werd de grote ommekeer in het christendom. Van onderdrukte tot bevoorrechte positie. De prijs was echter groot: men moest de Paasdatum vervangen en het Loofhuttenfeest werd afgeschaft. Daarvoor kwam Kerst als nieuwe feest in de plaats. Het christendom had zich aangepast aan de eisen van de Romeinse keizer. De Romeinse keizer had dan ook de titel Pontifex Maximus, degene die uiteindelijk over leven en dood beschikt. In het Colosseum was het de keizer die met zijn hand aangaf of iemand mocht blijven leven of niet.

Nadat het Romeinse Rijk ten onder was gegaan, was er een machtsvacuüm en in dat vacuüm bracht de bisschop van Rome helderheid: hij werd nu de belangrijkste bisschop van de kerk en in dat proces uiteindelijk Paus. De Paus zetelde te Rome, en eigende zich de titel Pontifex Maximus toe, zoals indertijd de keizers hadden. Wie kan anders over leven en dood beslissen dan God alleen en Zijn plaatsvervanger op aarde? Dat gaf rust en vrede in het grootste deel van de toenmalig bekende wereld, landen rond de Middellandse Zee.

In deze ontwikkeling is het helemaal niet vreemd dat de RK kerk zich ook de sleutels van Petrus ging toe-eigenen. Petrus als hoofd van de kerk, door Jezus zelf aangesteld. Dat ook Paulus in Rome was gestorven, werd als feit meegenomen en hooguit als ondersteuning gezien dat de bisschop van Rome nu toch echt de Paus van de kerk moest zijn, met zowel de sleutels van Petrus als het graf van Paulus als de titel Pontifex Maximus in handen.

Dit heeft voor de kerk en in de kerkgeschiedenis grote gevolgen gehad. Door de sleutel van Petrus toe te eigenen kreeg de RK kerk de leidende rol in de kerk, in plaats van Jeruzalem. Dit is de bakermat van de latere vervangingstheologie. Heidenen die tot geloof waren gekomen namen de plaats in van Joodse oudsten in de gemeenten. Het gevolg is wel dat Rome de voorschriften in de kerk dicteerde, alsof het heil nu uit Rome komt. Ook de kerkelijke structuren werden gevormd naar de hiërarchie van het Romeinse Rijk, met nu de Paus als belangrijkste, daaronder de aartsbisschoppen, bisschoppen, etc. De gelovigen konden uiteindelijk niet meer de Bijbel zelfstandig lezen of bestuderen, dat kwam aan de kerk toe. De gelovigen werden tot leken. Wat blijkt uit de kerkgeschiedenis.

De structuur van de kerk werd meer en meer geschoeid op de leest van belangrijkheid en niet meer op basis van dienstbaarheid. In de Bijbel worden echter de gelovigen rechtstreeks aangesproken op hun houding en de oudsten zijn gegeven tot dienstbaarheid voor allen, dus een structuur van onderop. Het is de omgekeerde wereld geworden in de kerk. Met de Pauselijke bul als machtsmiddel konden dissidenten terecht gewezen worden en over hen macht worden uitgeoefend. Het heeft eeuwen geduurd voordat de kerk zich een klein beetje van dit patroon heeft losgeweekt. Nog steeds zit er in ons denken deze hiërarchie. Men wil graag het oordeel van de synodes om te weten wat en hoe men moet geloven. Trouwens in de Reformatie werd duidelijk dat het niet om de sleutels van Petrus gaat, maar om de belijdenis van Petrus, als fundament van de kerk. Er is nog een lange weg te gaan, voordat we erkennen dat we rechtstreeks aan God verantwoording schuldig zijn en dat God ons alles geeft in Christus, dat we onafhankelijk van anderen kunnen weten dat ons heil is in de Messias van Israël.

Met al deze woorden en ontwikkelingen, hebben we nog niet gezien wat de Bijbel zegt, over waar ons heil vandaan komt. Jezus zegt zelf in Joh. 4:22 tegen de Samaritaanse vrouw dat: “Het heil is uit de Joden.” Daarmee zegt Jezus, dat we het heil niet uit Rome moeten verwachten maar uit de Joden. In overeenstemming daarmee zegt Paulus in Rom. 11 dat wij als wilde loten geënt zijn op de edele olijf van Israël. We zijn wel volledig medeburgers, mede huisgenoten en medeerfgenamen geworden, maar het is nog steeds: “eerst de Jood en daarna ook de Griek”, Rom. 1:16. Dan leren we om de tekst van Petrus niet direct op onszelf toe te passen: “Gij echter zijt een uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterschap, een heilig volk, een volk dat God Zich tot Zijn eigendom maakte.” Ex. 19:7, 1 Petr. 2:9. Dit is een proces om te leren zien, dat ons heil uit de Joden is en niet uit Rome.

Het is nog een lange weg om te ontdekken dat we als gemeenten niet op onszelf zijn aangewezen, maar dat we verbonden zijn met de moederkerk van Jeruzalem, waar wij onze geestelijke zegen van hebben ontvangen. We leren zorgdragen voor de armen van Jeruzalem, als een vrucht van ons geestelijk leven. Bovendien dat de Joodse gelovigen in Joshua welkom zijn in de gemeente. Bij de eerste kerkelijke vergadering van Hand. 15 was de vraag of de gelovigen uit de heidenen wel welkom waren in de gemeente. Deze vraag hebben wij in de kerkgeschiedenis omgedraaid, mede vanwege de RK kerk als bepalende factor in het geloofsleven, in de vraag of de Joden wel welkom waren in de gemeente. Was dit al een begin van de vervangingstheologie?

Gelukkig krijgen wij een nieuwe kans van God, om ons denken ook op dit punt te wijzigen. Juist nu krijgen wij zicht op het volk Israël, als geliefden om de vaderen, en op de terugkeer van de Joden naar Israël, als begin van het ontluiken van de komst van de Messias. Want één ding wordt ons langzamerhand duidelijk, dat het heil uit de Joden is. En dat niet alleen voor het verleden, maar vooral ook voor de toekomst. Wij zien uit naar de Wederkomst van onze Heer. Daarover zegt Jezus dat Hij pas kan terugkomen, als ook Jeruzalem zegt: “Gezegend Hij die komt in de Naam van de Heer.”  Ps. 118: 26, Mat. 23:39. Vandaar dat wij in het heden en vooral ook voor de toekomt gericht blijven op Israël en blijven bidden om de Vrede van Jeruzalem.