Grote Verzoendag en de zondebok

Printervriendelijke versieSend by email

Op de vooravond van 16 september begint Jom Kippoer, de Grote Verzoendag. Voor Joden is het de belangrijkste sabbat in het jaar. Heeft dit feest ook voor ons christenen iets te zeggen? 

In de Bijbel stelt God een aantal feesten in voor zijn volk. In Leviticus 23 staan ze opgesomd en Hij vertelt precies wanneer ze gevierd moeten worden. Pasen en Pinksteren zijn voor christenen de bekendste. Die worden in het voorjaar gevierd. Het Loofhuttenfeest, waarvan Zacharia 16:13 zegt dat eens alle gelovigen (zowel Joden als niet-Joden) dat zullen vieren, wordt in het najaar gevierd. Dit feest is een beeld van het huwelijk van een bruidegom en zijn bruid, van Jezus en zijn gemeente, bestaande uit Joden en christenen. Maar voordat dit Loofhuttenfeest gevierd wordt, staan er eerst nog twee andere feesten op de kalender: het feest van de Bazuinen en de Grote Verzoendag. Als christenen zien we uit naar het Grote Loofhuttenfeest in de toekomst, wanneer Jezus zijn bruiloftsfeest viert (Openbaring 19:7-8). Welke symbolische betekenis hebben het Bazuinenfeest en de Grote Verzoendag tot die tijd voor ons?

Inkeer

De Bijbel geeft aan dat er eerst een periode van inkeer nodig is voordat het Loofhuttenfeest gevierd kon worden. Deze periode van inkeer wordt aangekondigd op de Dag van de Bazuinen (ook wel Joods Nieuwjaar genoemd). Op deze dag wordt traditioneel op de bazuinen geblazen als een vooraankondiging van de Grote Verzoendag, tien dagen later. De tien dagen tussen de Dag van de Bazuinen en de Grote Verzoendag zijn dagen van inkeer, voor zelfonderzoek (Leviticus 23:23). Door zelfonderzoek ziet men het eigen falen onder ogen, zonder angst voor uitstoting uit de gemeenschap. De nadruk ligt op het bewust worden van je onbewuste zonden. Het zijn deze ongerechtigheden die je misschien onbewust hebt begaan, maar waardoor mensen wel met een boom om je heen lopen en je niet in de gemeenschap opnemen. Er ligt bij de lezingen in deze tien dagen grote nadruk op solidariteit met de mensheid (Genesis 21:1-34). Door zelfonderzoek kun je stappen zetten voor herstel van de relatie en om dingen waar nodig recht te zetten. Het is een vorm van bekering die nodig is voordat verzoening mogelijk.

Ook wij doen er goed aan om de periode waarin wij leven, de dagen voordat Jezus terugkomt, te gebruiken om tot inkeer te komen. Zijn er onbewuste zonden waar wij ons van moeten bekeren?

Grote Verzoendag

Na de vastgestelde periode van inkeer is het Grote Verzoendag, of Jom Kippoer. Dit is de belangrijkste sabbat (feestdag) van het jaar. Op dit feest staat het begrip ‘kappara’ centraal, wat ‘verzoening’ betekent. Het is dé dag van nationale verzoening met mensen en met God. De voorschriften van God om verzoening op deze dag zijn zeer precies. Mensen mochten die dag absoluut niet werken en moesten vasten. Ten diepste is dit een verwijzing dat een mens op geen enkele manier kan bijdragen aan Gods verzoening met ons; het is Gods werk waardoor we met Hem worden verzoend.

In Leviticus 16 staat welke offers de priesters moesten brengen; de hogepriester moest maar liefst veertig specifieke handelingen uitvoeren. Zo moest hij twee bokken nemen; één daarvan moest als zondoffer (reinigingsoffer) aan de Heer worden gebracht; de andere bok moest levend voor de Heer blijven staan om verzoening mee te bewerken en daarna de woestijn in gestuurd worden naar Azazel. Voordat hij de bok wegstuurde, legde de hogepriester beide handen op de kop van de bok en spreekt alle wandaden en vergrijpen van de Israëlieten openlijk uit, alle zonden die ze hebben begaan. Zo legt hij alle zonde op de kop van de bok. De bok neemt alle zonden van het volk met zich mee naar een verlaten gebied (Leviticus 16:7-10, 20-22). Deze handeling door de hogepriester verwijst symbolisch naar Jezus. Jesaja 53:6 zegt: Wij dwaalden allen als schapen, wij keerden ons ieder naar zijn eigen weg. Maar de HEERE heeft de ongerechtigheid van ons allen op Hem doen neerkomen. In 2 Korinthe 5:21 zien we dezelfde ruil. Door ons geloof in Jezus te stellen, worden onze zonden op Hem overgebracht: Want Hem Die geen zonde gekend heeft, heeft Hij voor ons tot zonde gemaakt, opdat wij zouden worden gerechtigheid van God in Hem.

De bok die voor de Heer werd gebracht verwijst naar Christus in zijn dood, als offer voor onze zonden. De bok voor Azazel (wegzending) is een symbool voor de opgestane Heer, de levende, die verzoening voor ons deed. De dood van Jezus bracht verzoening voor ons tot stand: Romeinen 5:11 zegt: Wij roemen ook in God, door onze Heere Jezus Christus, door Wie wij nu de verzoening ontvangen hebben.

Herstelde relatie

De verzoening heeft dus twee aspecten: een vergeving van schuld (door de zonden over te dragen op een onschuldig lam en dat weg te sturen, wat verwijst naar het offer van Jezus en zijn afwijzing door de Vader) en verzoening met God, waarbij de relatie weer wordt hersteld door het bloed van het offerdier, wat opnieuw verwijst naar Jezus die zichzelf offerde. Jezus is de zondebok, die buiten de poort heeft geleden (Galaten 2:20, Hebreeën 8-9).

De relatie met God staat niet los van onze relatie met de medemens. Dat wordt ook duidelijk uit de twee specifieke gedeelten die op Grote Verzoendag uit de Thora worden gelezen: Leviticus 16 en 18, en Leviticus 19 en 20. Daarbij wordt de verzoening waarover Leviticus 16 spreekt verbonden met het oplossen van conflicten tussen mensen, waarover Leviticus 19 gaat. Aan het eind van de Grote Verzoendag is er het ritueel van de afwassing van de zonden, als teken van de zonden die door God in de diepten der zee worden geworpen (Micha 7:19). Tot slot blaast men nogmaals de bazuin.

Jezus, ons Paaslam?

Wat is nu de relatie tussen het Paasfeest en de Grote Verzoendag? Paulus schrijft in 1 Korinthiërs 5:7 dat ons paaslam, Christus, is geslacht. Het is veelzeggend dat bij Jezus’ dood het voorhangsel in de tempel scheurde, als teken dat de toegang tot God de Vader open was voor iedereen. Heeft de symboliek van Jom Kippoer ons dan nog iets te zeggen? Het is waar dat Grote Verzoendag in het Nieuwe Testament zijn volle vervulling kreeg in het werk van Jezus, doordat Hij verzoening bracht van álle zonden, bewuste en onbewuste zonden. Maar zelfs na reiniging door het bloed van het Paaslam doen we nog dagelijks zonden waar we ons niet altijd van bewust zijn. Zoals er na het Paasfeest in het voorjaar nog een periode van inkeer volgde in het najaar, tijdens het Bazuinenfeest en de dagen tot aan Jom Kippoer, zo struikelen ook wij als christenen in het leven volgens Gods bedoelingen en is het goed om ons te bezinnen op onze levensheiliging. In 1 Johannes 1:9 staat: Indien wij onze zonden belijden, God is getrouw en rechtvaardig om ons de zonden te vergeven en ons te reinigen van alle ongerechtigheid. Ook voor ons is het nodig om vergeving te vragen van onbewuste overtredingen, ongerechtigheden, terwijl we toeleven naar de dag van het grote Loofhuttenfeest waarop Jezus bij zijn bruid komt wonen.