Aliyah

Bijbel spreekt over de terugkeer

Printervriendelijke versieSend by email

Alhoewel u de term 'Aliyah' niet vanaf de kansel hoort uitspreken, op de zondagschool hebt gehoord, en zelfs niet in de concordantie kunt vinden (welke versie u ook gebruikt), is het echter wel een Bijbels begrip. Het is iets dat de Here zeer dicht nabij het hart ligt, en Hij wil graag dat u daarbij betrokken raakt.

De profeten in het Oude Testament spraken over Aliyah - Gods plan om de kinderen van Israël thuis te brengen.

Jesaja schreef deze beloften:

En Hij zal een banier opheffen voor de volken,
en de verdrevenen van Israel verzamelen en de verstrooide dochters van Juda
vergaderen van de vier einden der aarde.

Jesaja 11:12

 

Vrees niet, want Ik ben met u;
Ik doe uw nakroost van het oosten komen en vergader u van het westen.
Ik zeg tot het noorden: Geef, en tot het zuiden: Houd niet terug,
breng mijn zonen van verre en mijn dochters van het einde der aarde.

Jesaja 43:5&6

 

Zo zegt de Here Here: Zie, Ik zal mijn hand opheffen tot de volken
en mijn banier omhoog heffen voor de natien;
in hun armen zullen zij uw zonen brengen,
en uw dochters zullen op de schouder gedragen worden.

Jesaja 49:22

 

Jeremia suggereerde dat er een Aliyah zou komen welke de exodus van Israël uit Egypte zou overschaduwen. In Jeremia 16:14&15 lezen we deze woorden:

 

Daarom zie, de dagen komen, luidt het woord des Heren, dat niet meer zal gezegd worden:
Zo waar de Here leeft, die de Israelieten uit het land Egypte heeft gebracht,
maar veeleer: Zo waar de Here leeft, die de Israelieten heeft doen optrekken
uit het Noorderland en uit al de landen waarheen Hij hen verdreven had;
ja, Ik zal hen terugbrengen in het land dat Ik aan hun vaderen gegeven had.

Jeremia 16:14&15

 

En in Jeremia 30:2&3 spreekt God tot Jeremia:

 

Zo zegt de Here, de God van Israel:
Schrijf alle woorden die Ik tot u gesproken heb, in een boek.
Want zie, de dagen komen, luidt het woord des Heren,
dat Ik in het lot van mijn volk Israel en Juda een keer breng, zegt de Here,
en hen terugbreng in het land dat Ik aan hun vaderen gegeven heb,
zodat zij het zullen bezitten.

Jeremia 30:2&3