'Ik ben de Heer die u Geneest’

Een Getuigenis van Genezing

Printervriendelijke versieSend by email
Posted on: 
22 sep 2016
'Ik ben de Heer die u Geneest’

Ik was eind november in het Shaare Zedek Ziekenhuis in Jeruzalem voor ene routine onderzoek. Een paar dagen later vertelde de dokter dat ik nierkanker had in een vergevorderd stadium. Volgens de dokter was de tumor uit de nier gegroeid als een slang richting mijn hart. ‘Het goede nieuws is’, zei hij, ‘het is te opereren’. Maar hij stelde wel een ziekenhuis in het buitenland voor, want er zijn weinig Israëlische doctoren die dit kunnen opereren. Mijn slagingskans was 50% en minder als het ook uitgezaaid was naar mijn buik. Zijn ernstige gezicht gaf duidelijk aan dat er weinig hoop voor mij was.

Voor mijn gezin werd alles anders op die novemberochtend. We hadden net het Loofhuttenfeest gevierd en die was een Europese conferentie aan het voorbereiding in Brussel. Onze zoon David kwam weer thuis na een eind in Duitsland te hebben doorgebracht. We wilden in januari naar de Global Prayer in Nigeria en eind januari zouden er 150 voorgangers naar onze Envision conferentie komen in Jeruzalem.

Op dat moment stopte alles. Alle plannen werden afgebroken. In het ziekenhuis huilden mijn vrouw en ik en we voelden ons beroerd. Ik realiseerde me dat dit wel eens de laatste maanden met mijn gezin kon zijn. Mijn enige hoop op genezing was in Jezus. Ik vroeg aan de ICEJ om een gebedsnetwerk te vormen, want de dokter zei uitdrukkelijk dat de uitgezaaide kanker als een slang richting mijn hart kroop. Wij zagen dit als een geestelijk probleem, waar alleen een geestelijk antwoord op is.

In het ziekenhuis gebeurde er iets bijzonders: ik voelde een aanraking in mijn geest. Het voelde alsof God met zijn kracht mij aanraakte. Deze vrede was boven mijn verstand en tegenstrijdig met de medische vooruitzichten. Vandaag weten we wat het effect is van het gebed van het wereldwijde netwerk. Ik stelde voor aan mijn vrouw dat we de komende twee weken iedere dag mensen zouden uitnodigen voor gebed en avondmaal, zodat God deze ‘slang’ zou verdrijven uit mijn lichaam. De aanwezigheid van Jezus tijdens deze ontmoetingen was bijzonder. Zowel uit Messiaanse als Arabische zijde kwamen voorgangers mij opzoeken. Ook de ICE staf bad voor mij en in het Jesaja 62 wereldwijde gebed werd mijn situatie steeds doorgebeden voor God. Het was ontroerend te weten dat er zovele gemeenten in Israël en wereldwijd voor mij hebben gebeden. Door brieven en emails bleef ik op de hoogte daarvan. We voelden dat God iets ging doen. De volgende scans waren nog steeds weinig hoopgevend. De tumor zat er nog.

In het midden van het proces leerde ik om God te danken voor wat Hij voor mij heeft gedaan en gaat doen. Mijn vrouw en kinderen kon ik alleen maar aan God en Jezus opdragen. Een zegen voor ons was dat deze gemeenten bleven doorbidden voor mijn situatie, ook van Joodse zijde. In deze moeilijke situatie kreeg ik ook nieuw zicht op mijn leven. Ik leerde mijn bediening vanuit God te bekijken. Ik werd meer en meer dankbaar voor wat God in mij en door mij deed. Eind december vonden we de juiste operatie in Duitsland. De chirurg had met deze operaties ervaring en in januari werd ik geopereerd. Tijdens de operatie had ik veel bloed verloren. Ondanks alles werd ik daarna wakker in een slechte conditie.

De les die ik daarbij leerde was dat het Evangelie van Jezus een grote kracht tot redding is. Na twee maanden wist ik nog steeds niet of ik zou herstellen of niet. Ik was daarbij niet bang om te sterven en naar de hemel te gaan. Maar ik bleef bidden om herstel. Ik ervoer daarbij de vrede van God. Naast mij lag een man die eenzelfde operatie had ondergaan en die vreesde wel om te sterven. Hij riep hulp in van de ‘Sondereinsatskommando’ uit de Tweede Wereldoorlog. Juist op het ziekbed waar het gaat over leven en dood: Wie geeft je hoop? Mijn hoop is in Jezus. Langzamerhand begon het herstelproces. In maart kon ik terug naar Israël en ik kwam terug bij mijn dokter. Die stond zeer verbaasd dat ik levend voor hem stond. Een andere dokter vertelde me: ‘Jij liep maandenlang met een doodsengel onder de arm. Maar ik weet dat je een man van geloof bent.’

God deed inderdaad een wonder! Na de bloedtesten vertelde een dokter tegen me: ‘Jurgen, je hebt het bloed van een 18-jarige’. In april begon ik weer langzamerhand te werken bij de ICEJ en mijn laatste scans waren zeer gunstig: geen kanker meer! God is goed. Hij is onze geneesheer. Jesaja 53:4-5 verklaart dat Hij ‘onze ziekten op zich heeft gedragen’ en dat ‘door zijn striemen wij genezen zijn.’ In Exodus 15:26 zegt God ‘Ik ben de Heer die u geneest.’ Letterlijk zegt Hij: ‘Ik ben uw dokter’.

Gedurende mijn strijd tegen deze ziekte hebben we als gezin een beslissing genomen. We zeiden tegen Jezus: ‘U bent ons gezinsdocter’. Dit betekent dat alles wat gebeurd, wij eerst in gebed voor Hem brengen. In mijn geval, God refereerde me aan mijn docter in Duitsland. Ik ben God er dankbaar voor. Daarnaast werden mensen die voor mij hebben gebeden zelf ook genezen.

Hoe onze situatie ook is, ik wil u uitdagen om vast te houden aan de beloften van God. Hij is dezelfde gisteren, vandaag en in de toekomst. Gods woord bemoedigd ons, als we zijn koninkrijk en zijn gerechtigheid zoeken.Iemand zei me: ‘Jurgen, ik heb niet zoveel voorbidders als jij’. Maar de waarheid is, dat Jezus zelf onze pleiter is bij God. Dat is het grote verschil. Ons gebed kan een verschil maken. Doe mee met ons Jesaja 62 gebedsinitiatief.

Tenslotte wil ik u persoonlijk bedanken voor al uw gebeden. Om de veelkleurige liefde van God door u heen te zien en te voelen, dat hield ons op de been tijdens de beproeving. Dat het werk van de ICEJ erdoor mag groeien om Israël te blijven steunen en te blijven bidden voor de Vrede van Jeruzalem.

Met een dankbaar hart,

Jurgen Buhler

ICEJ Directeur